Wereldbodemmuseum breidt collectie uit met 12 Nederlandse bodems

 
Geestgrond Sassenheim

Wereldbodemmuseum breidt collectie uit met 12 Nederlandse bodems

Een bodem onder een armetierig Limburgs dennenbosje blijkt een prachtig voorbeeld van een haarpodzolgrond. En een bodem onder een bollenveld nabij Voorhout leert hoe sterk bollentelers de grondwaterstand hebben beïnvloed. De twee profielen behoren tot een  nieuwe collectie van het Wereldbodemmuseum, bestaande uit 12 typisch Nederlandse bodemprofielen. Na preparatie tot monoliet zullen ze de bestaande collectie verder verrijken.

‘Dit is echt een hele spannende bodem’, zegt Bas Kempen, onderzoeker bij het ISRIC. Hij wijst naar een bodemprofiel, vorig jaar opgegraven uit een rivierduin bij Blitterswijck in Midden Limburg. ‘Een podzol met zo’n diepe witte laag zien we maar zelden.’ Vruchtbaar is deze, uit verstoven rivierzand bestaande, bodem echter niet. Er groeien alleen  wat armetierige dennenboompjes op.


Haarpodzolgrond Blitterswijck

Het Wereldbodemmuseum wilde zijn collectie van 25 Nederlandse profielen aanvullen met deze haarpodzolgrond uit Blitterswijck, omdat het nog niet zo’n mooi voorbeeld van dit bodemtype had. Haarpodzolgronden komen vooral voor in natuurgebieden zoals de Veluwe, en in Drenthe en Noord-Brabant. Ze kenmerken zich door een asgrijze , in dit geval zelfs witte laag (podzol betekent in het Russisch ‘as’). In die laag is het donkere organische materiaal uitgespoeld, samen met mineralen als ijzer en aluminium. Dat komt weer door de extreme zuurvorming in dit bodemtype. Het zuur lost de mineralen op, waarna deze met het organische materiaal complexen vormt die makkelijk uitspoelen.

Het museum heeft al enkele Nederlandse veldpodzolprofielen hangen. Daarin wordt de uitspoeling van het organisch materiaal minder door regen als wel door grondwater fluctuatie veroorzaakt. Op de digitale kaartentafel is te zien waar in de wereld je met welke waarschijnlijkheid in de wereld  podzolgronden tegen kunt komen. Veel kans heb je bijvoorbeeld ook onder een naaldbos in Noord Rusland, of Canada. En ook in de tropen komen ze voor. Maar kijk je daarna dan naar de geprepareerde podzolprofielen, waaronder uit Zweden, Zambia en Indonesië, dan zie je dat ze in het echt wel behoorlijk van elkaar kunnen verschillen.

Geestgrond

De Wageningse bodemonderzoekers wilden ook een exemplaar van een zogenoemde Geestgrond, een door de mens beïnvloede bodem gevormd in  duin- en strandzand. Zo’n geestgrond is opgegraven bij Voorhout in Zuid Holland. Op het eerste gezicht toont het profiel een saaie, grijze bodem. Maar beter kijken leert dat er wel degelijk lagen zijn te onderscheiden. Op 55 centimeter diep, net boven een kleilaagje, zien we een smalle, roestbruine strook, veroorzaakt door oxidatie van ijzer.

Er zijn bodems, zoals de ook net geprepareerde Beekeerdgrond bij Wageningen, waar het grondwaterpeil variabel is. De roestbruine laag is daar dik, omdat oxidatie juist plaats vindt waar de waterstand fluctueert. Maar in Voornhout houden de bollentelers de grondwaterstand op 55 centimeter. Vandaar die smalle strook.

Het is een schoolvoorbeeld van een door de mens ‘gemaakte’ bodem. Voor de zandwinning is eerst de natuurlijke bovenlaag afgegraven tot op een halve meter boven het grondwater. Zo staan de bollen gegarandeerd niet met hun voeten in het water. Vervolgens hebben de telers door bemesting en bewerking van het overgebleven duinzand een bovengrond verkregen die uitermate geschikt is voor bloembollen.

De diepere strandzandlaag, met smalle donkere laagjes, is nog wel oorspronkelijk. Die laagjes zijn te verklaren uit de getijdewerking, vertelt Bas Kempen. Bij overstromingen of springvloed spoelde er vroeger wel klei of veen op het strandzand, nu te zien als die zwarte bandjes.

Ooivaaggrond

Een derde nieuwe Nederlandse bodem betreft de Ooivaaggrond bij Aalst. Ooivaaggronden behoren tot de beste gronden ter wereld. Op deze gronden zijn de fruitboomgaarden van de Betuwe te vinden. Ooivaaggronden zijn gevormd in riviersedimenten. Ze bestaan uit een mengsel van rivierzand en klei (zavel). De gronden hebben een hoge natuurlijke vruchtbaarheid, zijn goed ontwaterd en het zavelige materiaal maakt het mogelijk dat het grondwater in de zomer tot anderhalve meter omhoog kan kruipen, wat de kans op verdroging klein maakt.

Komende maanden worden de nieuwe profielen geprepareerd tot monoliet, klaar om aan de muur te hangen. Op het verlanglijstje staan nog een terpgrond en een zogenoemde Koopveengrond, een humusrijk bodemtype dat veel voorkomt in het westen van Nederland. ‘Als we van de laatst genoemde een monoliet hebben’, zegt Bas Kempen, ‘hebben we de tien meest voorkomende bodems van Nederland in de collectie.’