Profielen uit Marokko geven beeld van Noord Afrikaanse bodems

 
Het team neemt een monoliet van een Cambisol in Marrakech

Bodemprofielen uit Noord Afrika had het Wereldbodemmuseum nog niet. Reden om af te reizen naar Marokko en daar met Marokkaanse bodemkundigen een paar typisch Noord Afrikaanse bodems op te graven.

Opvallend is hoe de afwisseling van regen en droogte deze bodems heeft beïnvloed. Dat is goed te zien aan het opgegraven bodemprofiel op een hooggelegen plateau met veel tarweteelt bij Merchouch zo’n 45 km ten zuiden van Rabat. Deze bodem is een zogenoemde Vertisol, zware klei op kalkhoudend gesteente. Bij regen wordt hij snel kleverig en vet, omdat dit type klei veel water kan opnemen. Bij zon droogt hij uit, waardoor er scheuren en glijvlakken ontstaan.
Vertisol, Merchouch Plateau

Verticale scheuren

‘Kijk, in de bovenste laat zie je de verticale scheuren’, zegt Maria Ruiperez Gonzalez, die met ISRIC-onderzoeker Vincent van Engelen tot het expeditie team behoorde. In de tweede bodemlaag, vanaf ongeveer 20 centimeter,  zien we geen grote scheuren meer. Wel hele smalle, bijna haarvormige strepen. Dat zijn zogenoemde glijvlakken (slickensides), legt Maria Ruiperez Gonzalez uit. In het veld zijn deze vaak ook glimmend.

Glijvlakken zijn typisch voor de Vertisols, die ongeveer 2 procent van het aardoppervlakte  bedekken (335 miljoen hectare). In de droge zomer vallen afgebrokkelde stukjes kleibodem in de scheuren. In de winter wordt de grond weer nat. De klei zwelt op, maar heeft dan onvoldoende ruimte om uit te zetten waardoor bodemlagen over elkaar heen gaan bewegen. Glijvlakken zijn te zien tot aan het moedermateriaal, in deze bodem het geel gekleurde calciumcarbonaat.

Terra rosso’s

Weer een andere invloed heeft het water in de eveneens kleiige bodem nabij Bouznika,  5 kilometer van zee.  Dit is een gebied met geïrrigeerde graan- en groententeelt. Bouznika ligt aan een rivier en de klei is daardoor nooit zo droog als op het plateau Merchouch. Tegelijkertijd loopt regenwater wel goed door de grond waardoor de klei afwisselend even nat en dan weer droog is, maar niet zo droog als in de bovengenoemde Vertisol. Dankzij dit wisselende vochtgehalte, en een moedermateriaal dat uit oude rivierafzettingen bestaat waarin veel ijzermineralen zitten, is deze grond een Luvisol ook wel  ‘ Terra Rosso’ genoemd. Terra Rosso’s komen ook veel voor in Zuid Europa. De rode kleur wordt veroorzaakt door de oxidatie van het ijzer.

Kalkuitspoeling

Een derde profiel groef het team in een akker met wat olijfboompjes, ten oosten van Fez. Deze, in Noord Afrika veel voorkomende grond is een Calcicol, een kalkrijke bodem ontwikkeld op mergel. Mergel is een kleihoudend kalkgesteente dat zo zacht kan zijn dat je er met een zaag blokken uit kunt halen. Dat er in deze bodem door de regen wat kalk is uitgespoeld, is te zien aan de witte kalkbrokken in die tweede laag. In het wereldbodemmuseum zijn Calcicolen ten toon gesteld waar meer kalk in is uitgespoeld; je ziet dan een echt witte laag.

Zwaar werk

Het opgraven van de bodemprofielen is soms zwaar werk, vertelt Maria Ruiperez Gonzalez. Vooral als de klei hard en droog is, zoals op het plateau bij Merchouch. Eerst moet er een anderhalve meter diepe kuil worden gegraven. Vervolgens moet er uit de wand een mooi profiel worden ‘gesneden’. Dat moet glad worden gemaakt, en in een kist gelegd. En dan moeten er van elke laag nog monsters worden genomen voor laboratoriumanalyse. Maria Ruiperez Gonzalez:  ‘We beschrijven alles van zo’n bodem: de plaats, de diepte van  bodemlagen, de helling. Een bodemprofiel nemen deden we met vier tot vijf mensen, en dan waren we er een dag mee bezig.’