Kleurrijke collectie bodemprofielen siert nieuwe Wereldbodemmuseum

 
In het nieuwe Wereldbodemmuseum hangen tachtig bodemprofielen uit alle werelddelen en klimaatzones

Kleurrijke collectie bodemprofielen siert nieuwe Wereldbodemmuseum

Van diepzwarte steppebodems tot roze en paars gelaagde woestijnbodems. Van egaal gekleurde duinzanden tot grillig stenige rivierbodems. Maar liefst tachtig bodemprofielen uit alle werelddelen en klimaatzones hangen in het nieuwe Wereldbodemmuseum in Wageningen. Zeven april opende dit museum zijn deuren met een symposium ‘Soils of the world’.

Geel, oranje, bruin, beige, wit: sommige bodems kregen hun karakteristiek gekleurde lagen vooral door het bodemleven, anderen meer door het reliëf, het moedermateriaal, het klimaat of door de ingrijpen van de mens. ‘We laten zien hoe zulke factoren de bodemeigenschappen beïnvloeden’, vertelt Stephan Mantel, onderzoeker en hoofd van het museum. ‘Maar we laten ook zien hoe belangrijk diversiteit in bodems is voor actuele thema’s als voedselvoorziening, biodiversiteit en klimaatverandering.’

Grootste collectie ter wereld

Het museum heeft de grootste collectie bodemprofielen ter wereld. Het is onderdeel van het ISRIC - World Soil Information, dat nauw samenwerkt met Wageningen UR. Sinds de oprichting in 1966 heeft het ISRIC ruim1000 bodemprofielen gegraven in ongeveer 80 landen. Die bodems zijn chemisch geanalyseerd en geprepareerd tot profielen die aan de muur zijn te hangen (monolieten). Andere bodemmusea in de wereld hebben vooral bodemprofielen uit de eigen regio. Onder andere vanwege het unieke internationale karakter van de collectie, is twee jaar geleden besloten tot nieuwbouw.

‘Zo’n wereldcollectie is niet makkelijk op te bouwen’, vertelt Stephan Mantel. ‘Het graven en het vervoeren van die lange kisten met aarde kost al gauw enkele duizenden euro’s. Er zijn ook veel contacten en papieren nodig voordat een bodem een land uit mag.’ 

Nederlandse bodems

Afgelopen twee jaar is de collectie nog weer aangevuld met 12 Nederlandse bodems, vier woestijnbodems uit Jordanië, vijf uit Marokko en vier uit Ghana. Stephan Mantel heeft met het Internationaal bosinstituut CIFOR in Indonesië twee nieuwe bodemprofielen uit Indonesië gegraven, eentje onder verstoord regenwoud en eentje onder zwerflandbouw. De partners willen ze aanvullen met nog twee bodemprofielen, onder onverstoord regenwoud en onder een oliepalmplantage. Zo is mooi te zien welke invloed boskap en een palmolieplantage op de bodem hebben.

Ook de historische, zogenoemde Glinka collectie uit Rusland is onlangs aangevuld met nieuw gegraven Russische profielen. Deze collectie, ook te zien in het museum, is door de Russische bodemkundige Konstantin Glinka verzameld. In 1927 was deze beroemde Rus uitgenodigd voor het eerste internationale bodemkundig congres in Washington, om daar voor Rusland karakteristieke bodemprofielen te laten zien. Maar toen die bodems eindelijk per boot waren aangekomen, was het congres al voorbij. De kisten hebben jaren in een kelder in Washington liggen verstoffen, tot het ISRIC ze in 1982 overnam.

Digitale kaartentafel

Aan veel profielen in het museum is te zien hoe sterk de mens de bodem heeft beïnvloed. Zoals aan een stadsbodem onder Hilversum, en een door de Indianen verrijkte Terra Preta uit de Amazone. De rol van de mens is ook te bestuderen aan de Digitale Kaartentafel, met up-to-date bodeminformatie uit de hele wereld.  Even doorklikken leert er al snel dat afgelopen 25 jaar in zorgwekkend veel landen bodems zijn gedegradeerd, door erosie, verzilting, vervuiling of verdroging. Via de themastations in het museum wordt de rol van de bodem voor thema’s als voedselzekerheid of klimaat verder toegelicht.

Dat juist Nederland de grootste collectie wereldbodems heeft is overigens niet toevallig. Toen in 1961 de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur  (UNESCO) besloten om een eerste, wereldbodemkaart te maken, was al snel duidelijk dat daar ook een collectie profielen bij hoort. Voor die wereldkaart werden de bodems namelijk ingedeeld in klassen, bijvoorbeeld Cryosols voor permanent bevroren bodems, Histosols, voor bodems met diepe lagen veen, of Gypsisols met een laag met meer dan 15 procent gips. Maar studenten bodemkunde zouden dan ook wel moeten weten hoe die bodems er in verschillende delen van de wereld echt uit zien. De Nederlandse overheid nam het toen op zich zo’n collectie te financieren.