Indonesische profielen tonen aan hoe landbouw de bodem verandert

 
Regenwoud in het onderzoeksgebied: Kapuas Hulu, het ‘Hart van Borneo’

Dit komt in Indonesië veel voor: boeren verbranden een stukje regenwoud, bemesten de onvruchtbare en zure grond met de as, en verbouwen er vervolgens voedselgewassen op, bijvoorbeeld rijst of groentegewassen. Door telkens een stukje op te schuiven wanneer de grond weer is uitgeput, herstelt het bos zich op de verlate akkers weer (zwerflandbouw). Maar op andere plaatsen lukt dit herstel niet, bijvoorbeeld niet omdat er een oliepalmplantage op wordt aangelegd.

Het lijkt logisch dat in al die stadia ook de bodem verandert. Naarmate een vegetatie kaler is, is de toplaag van de bodem gevoeliger voor erosie. ‘Vooral het organisch stofgehalte in de bovenlaag zal veranderen.’, zegt ISRIC-onderzoeker Stephan Mantel. Om dit te toetsen heeft de onderzoeker vorig jaar met het Indonesisch onderzoeksinstituut CIFOR in het midden van het eiland Borneo (Hart van Borneo) bodemprofielen gegraven onder licht verstoord primair regenwoud en onder gekapt en verbrand regenwoud voor zwerflandbouw. Komende jaren willen de partners ook profielen nemen onder onverstoord bos en palmolieplantages.


Zwerflandbouwakker in Kapuas Hulu

In het museum hangen al bodemprofielen uit Oost-Kalimantan. Ze zijn in de jaren tachtig gegraven onder een primair regenwoud en onder een gekapt stukje. Te zien zijn oranje gekleurde bodems met in de bovenlaag wat grijze humus. Het zijn zogenoemde acrisolen, kleiige bodems in een tropisch regenklimaat; vaak groeit er regenwoud op. Door de zure stoffen die de boomwortels uitscheiden, verweert het kleimineraal en vormen zich (gekleurde) ijzer- en aluminiumcomplexen. Door de vele regen is klei uit de bovenlaag  naar diepere lagen gespoeld. Een plantagegewas als de oliepalm is vaak een betere bestemming voor deze gronden dan een voedselgewas, zoals graan, groenten of fruit. Voedselgewassen laten de bodem immers een deel van het jaar onbedekt.

‘Aan de profielen zijn de verschillen in organisch stofgehalte niet altijd te zien’, vertelt Stephan Mantel. ‘Maar we analyseren de  bodemmonsters ook op kilo organische stof per kubieke meter.’ De onderzoeker verwacht dat het organisch stofgehalte het hoogst zal zijn onder volwassen regenwoud (primair of hersteld) en het laagst onder volwassen palmolieplantages. Daarnaast zal ook het bodembeheer, zoals de bemesting, het organisch stofgehalte beïnvloeden.


ISRIC-onderzoeker Stephan Mantel helpt de Indonesische partners een profiel uitgraven van een kleiige bodem (Acrosol) onder zwerflandbouw.

Weten hoeveel organisch stofgehalte een bodem bevat is belangrijk voor klimaatmodellen. Hoe meer organisch stof, hoe meer koolstof in de bodem zit. De bodem bindt wel een derde van alle koolstof op aarde. Het is daarmee een belangrijke buffer voor het broeikasgas kooldioxide. Een bodem met hoger organisch stofgehalte houdt bovendien het water en voedingsstoffen beter vast. En dat is weer goed voor de waterhuishouding, en daarmee voor de groei van de gewassen of bomen.